Angela Merici werd geboren in 1474 te Decenzano, een stadje aan het Italiaanse Gardameer. Zij was de oudste dochter van Giovanni di Merici, een bescheiden gesitueerde landbouwer. Haar moeder, afkomstig uit de familie Bianosi uit Salò, behoorde tot een van de aanzienlijkste families van de stad.

Angela leefde in een van de woeligste perioden van de Europese geschiedenis. Rond 1500 was Italië politiek verdeeld in ontelbare staatjes. Elk van deze staatjes had steden en land onderworpen, zo hoorde Angela’s verblijfplaats onder de Republiek Venetië. Italië is nu de ontmoetingsplaats voor legers uit Frankrijk en Spanje. Brescia en Genua worden geplunderd.
Het is een tijd van enorme verwarring. Huurtroepen plunderen, verbannen inwoners. Troepen weeskinderen trekken bedelend door de straten. Italië krijgt pest en epidemieën te verwerken. Maatschappelijk en kerkelijkbestuur kon het tij niet keren, vervalt zelf in uitbuiting en neemt de houding aan van onwil en diepe verachting tegenover de Kerk. De massa bleef evenwel trouw aan de godsdienst doch het ontbrak hen aan fundamentele kennis.Veelal was hun godsdienstige beleving magisch en vol bijgeloof.

Dikwijls zijn het daarbij vooral de leken van wie de eerste impulsen uitgaan. Reeds in de vijftiende eeuw formeerden zich diverse broederschappen die zich tot taak stelden de christelijke Caritas daadwerkelijk in praktijk te brengen. In de Compagnie”Del Divino Amore”zien we Angela levend voor ons.
Deze broederschap, gesticht door de in 1524 overleden Ettore Vernazza en de invloed vanuit deze kringen is van zeer grote invloed geweest op Angela’s leven en werk. Hun spiritualiteit was sterk ascetisch, van sober leven en onthechting naar de zuivere liefde tot God, naar een grote mystieke opbloei. Speciaal kenmerkend was het gericht zijn naar de Christelijke Caritas. Veel aandacht gaat er naar het catechetisch onderricht. Rond 1500 waren er in Milaan ongeveer 120 catechismusscholen waar eveneens lezen en schrijven werd onderwezen. Angela weet zich geroepen.

 

 

 

 

 

 

Kort na de geboorte van Angela in Desenzano verhuisde het gezin Merici naar het platteland, waar de ouders het landgoed Le Grezze hadden gekocht. De Merici’s leiden er het gewoon plattelandsleven met het verzorgen van de wijngaarden.’s Avonds las de vader aan het gezin, dat buiten Angela nog drie jongens en twee meisjes telde, voor uit een boek heiligenlevens. Antonio Romano, die Angela persoonlijk heeft gekend, zegt hierover:

”Zij zelf vertelde mij dat zij, nadat zij haar vader had horen voorlezen uit de geestelijke lectuur, een sober, geestelijk en beschouwend leven ging leiden.”

BeËdigde getuigenis ”Proces Nazari” voor Zaligverklaring

Angela’s gelukkige jaren eindigen op dramatische wijze. Op zeer jeugdige leeftijd sterft haar zusje. Kort daarop sterven haar vader en moeder.

De families Merici en Bianchi nemen de jongeren op. Angela is nu 17 of 18 jaar en wordt opgevangen door Biancosò di Bianchi , oom langs moeders zijde, een man van aanzien in Salò. Hier is het leven totaal anders. Rust, regelmaat en ernst worden nu ingeruild tegen drukte en frivoliteit. Het boeit Angela nauwelijks. Toch is deze tijd van beslissende waarde voor de rest van haar leven. Hier leerde zij een zelfstandige en christelijke levenswijze ontwikkelen. Ze ervaarde nu de wereld: hoe rijken zich gedragen, de intellectueel gevormden praten en van gedachten wisselen. Zelf geniet ze ook enige vorming. Dat Angela vlot kon lezen en er ook later op stond dat de meisjes van de door haar gestichte “Compagnie” deze vaardigheid konden verwerven is wellicht te danken aan haar verblijf in Salò. Angela bleef trouw aan haar gelofte van maagdelijkheid die ze in haar hart had uitgesproken. Ze trad toe tot de Derde Ordelingen van Sint Franciscus, droeg een witte sluier en bruin habijt. Zo voelde ze zich vrijer om, als vrouw alleen, zich op straat te begeven. Vanaf nu spreken de mensen van Salò haar aan als ”Sur Angela”. Ze moet toen ongeveer twintig jaar oud geweest zijn.

Na een verblijf van ongeveer vijf jaar in Salò besliste Angela naar Le Grezze, het domein van haar ouders, terug te keren. Het bekende “Visioen van de Ladder” dat alle biografen plaatsen aan het begin van haar volwassenheid moet wellicht hier gesitueerd worden.

Het gebeurde in Brudazzo, een gehucht vlak bij “de Grezze”. Het was volop zomer. De mannen en vrouwen die met Angela op het veld werkten, legden hun werk neer om een siësta te nemen. Zoals gewoonlijk verwijderde Angela zich om te bidden. Zij raakte in extase, zag de hemel openen, een ladder neerdalen en haar overleden zus tussen engelen. Deze komt op haar toe en zegt dat God Angela’s dienst wil en haar vraagt, een gezelschap van maagden te stichten en dat dit Werk snel zal groeien.

Landini-brief opgenomen in Ledochowska

Angela maakt in haar geschriften geen melding van dit visioen, ook spreekt zij er niet over. Het is wel een levende herinnering aan deze openbaring die er haar toe beweegt om veertig jaar later in haar testament te schrijven dat de Compagnie, alhoewel door haar gesticht, door God gewild werd en daarom haar nooit in de steek zal laten. Op de ”Grezze” leeft Angela als Derde Ordelinge. Zij beoefent de naastenliefde, bezoekt zieken, staat stervenden bij. Iedereen leert haar kennen als de zachte godgewijde Sur Angela.

Op verzoek van franciscaanse overheid komt Angela naar Brescia om een familie, de Patengola, te bemoedigen, ze verloren in de Frans-Duitse oorlog hun twee zonen. Angela blijft er enkele maanden en gaat dan voor goed inwonen bij Antonio Romano. Pas als Angela’s apostolaat haar eigenheid toont, zien we dat haar wortels liggen in de “Del Divino Amore” In de geschiedenis worden telkens namen vernoemd die een rol zullen spelen: Girolamo Patengola,die bij testament zijn fortuin overmaakte aan Angela’s Compagnie van Sint Ursula; Ridder Chizzola die benoemd werd tot beschermheer van de stichting; Augustino Gallo die haar vergezelde op reizen en bedevaarten naar Cremona,Varralo en Jerusalem. Zijn getuigenissen in het “Proces Nazari” geven de meeste inlichtingen over Angela’s leven, zoals haar bedevaart naar Rome in1525 waar ze een privé audiëntie krijgt bij Paus Clemens17 die haar uitnodigde in Rome te blijven. Angela voelt het als een plicht, de vrouwen in haar streek de vrijheid terug te geven. De Paus begreep. Voor Angela was het alsof God zijn zegel op haar drukte.

Doorheen de vele omzwervingen en het drukke leven in Brescia tracht Angela in de meest uiteenlopende ervaringen klaar te zien in haar opdracht: een compagnie te stichten van godgewijde maagden. Angela heeft in persoonlijke contacten met jonge meisjes een diep verlangen gehoord om zich aan God te wijden. Ze is begaan met de slaafse afhankelijkheid van de vrouwen in de Noord-Italiaanse samenleving waar de vaders beslisten over huwelijk of klooster. Ze wil daarom op zoek gaan naar een structuur, een regel, een juridisch statuut die de jonge meisjes toelaten zich te verenigen om samen, als godgewijde maagden in de wereld te leven. Angela zestig jaar geworden, beslist alleen te gaan wonen. Ze neemt haar intrek in twee bovenkamertjes verbonden aan de Sint-Afrakerk.Van hieruit leidt en organiseert zij haar stichting, hier brengt zij aanvankelijk de jonge meisjes samen om aan hen enige vorming te geven. Later zal Isabetta Prato, een welstellende dame uit Brescia,in haar huis een ruim lokaal ter beschikking stellen voor Angela en haar groep. Deze twaalf jonge vrouwen zijn toegelaten tot de nieuwe beweging die de “Compagnie van de Heilige Ursula” wordt genoemd. Angela houdt er aan het nieuwe gezelschap te plaatsen onder de bescherming van deze populaire heilige uit de eerste christentijd.

25 november 1535 is de DAG VAN DE STICHTING. 28 jonge vrouwen komen rond Angela samen in de gebedsruimte. Deze meisjes hebben aanvaard hun maagdelijkheid te bewaren als radicale uitdrukking van hun trouw aan de Heer, vervolgens tekenen ze hun naam in het ”Boek des Levens” van de Compagnie.

Om deze nieuwe weg te ondersteunen dicteert Angela haar Regel in twaalf hoofdstukken aan haar secretaris Cozzano. De regel krijgt in1536 de kerkelijke goedkeuring.

In1537 wordt Angela verkozen tot Algemene Overste. Met Cozzano, haar secretaris, werkt ze aan haar Raadgevingen ten behoeve van het bestuur van de nieuwe Compagnie. Angela voorziet een uitgebreid bestuur met DRIE DEPARTEMENTEN.
Een bestuur van vier maagden die als meesteressen en LEIDSTERS zullen zijn op de weg van het geestelijk leven van de meisjes.
Een departement van vier dames, weduwen, BESCHERMVROUWEN voor de zorgen van welzijn en nut van de geestelijke dochters.
Eveneens vier mannen wijs en ervaren, vormen het derde departement als ZAAKGELASTIGDEN.
In 1539 word Angela ziek, zij dicteert Cozzano haar Geestelijk Testament en Gedachtenissen. Deze teksten getuigen van Angela’s buitengewone helderheid van geest en van haar fijngevoeligheid tegenover de persoonlijkheid van de leden van haar compagnie. De openheid naar de toekomst toe; de krachtige oproep tot verlangen naar eenheid en de moedige uitnodiging tot trouw aan de Kerk en aan Christus.

Op 27 januari 1540 half tien sterft Angela, haar aantal dochters bedraagt dan 150. Angela laat Gravin Lucrezzia da Londrone als Generale Overste achter. 28 januari wordt haar lichaam overgebracht naar de Sint Afra-kerk. Het blijft daar 30 dagen zonder bederf. Tot op vandaag rust Angela in een kristallen schrijn. In 1608 wordt Angela ZALIG en in 1807 HEILIG verklaard. Sinds 866 staat haar monumentaal beeld vooraan in de Sint Pieters basiliek in Rome.


Terug - Verder


Naar boven
- Startpagina - Bedankt