Johannes werd geboren in Hoogstraten op 8 februari 1785 als Jean, Corneille, Marie Lambertz, later gekend als “De Heilige Pastoor van Thildonck.” Zijn vader, Adriën-François, was dorpssecretaris. Hij bezat  een kleine kruidenwinkel. Johannes was nog geen  tien jaar toen zijn moeder, Thérèse van Ael, overleed.

"De invloed van de Franse Revolutie."  In die  tijd heerste er  in onze provincies  een dramatische situatie. De Keizer van Oostenrijk, Leopold 2, bezette in 1780 onze gewesten. Vanaf 1792 kwam “De Franse Revolutie”, over onze streken. Wat in Frankrijk gebeurde herhaalde zich eveneens bij ons. In naam van de vrijheid begonnen de Fransen hun slopingswerk: gedwongen inlijving in het Franse leger, plunderingen, brandstichting in kerken en kloosters. 1796. Bestuurloosheid en geweld werd norm. Kruisen en kapellen werden neergehaald, parochiekerken gesloten, priesters en religieuzen gedeporteerd of gedood. Een vlaag van verbittering en wrok overspoelde elke hoop op een menswaardig leven.

Johannes deed zijn Eerste Communie in 1797. Zijn kronieken zeggen “Met de vurigheid van een engel”. Vanaf dan wenste hij priester te worden. Toen hij 23 was, zien we hem als hulpapotheker in Waalwijk. Het beperkt inkomen van de familie kon de grote uitgave voor een student niet aan, toch zou Johannes priester worden. Een van zijn neven zorgde dat hij in het college van Turnhout en verder in het Grootseminarie van Mechelen terecht kon.

Johannes Lambertz werd op 14 maart 1812 priester gewijd en kreeg als onderpastoor, later als pastoor, Thildonck toegewezen, een parochie van 700 zielen.

De Franse Omwenteling was pas over onze landen heengetrokken. Er bleven slechts enkele kloosters en scholen over. Thildonck was zonder school. Pastoor Lambertz besefte dat al zijn inspanningen vruchteloos waren, indien er geen degelijk onderricht was. Johannes rekende op de voorzienigheid. Pastoor Schuurmans uit Leuven kende het verlangen van zijn goede vriend Johannes. Om hem te helpen deed hij juffrouw Anna van Groenderbeek het aanbod de eerste medewerkster van pastoor Lambertz te worden. Pas was de eerste hulp opgedaagd of de tweede volgde. Maria Cornelia Van Ackerbroeck, geboren in Merksplas. Een derde meisje uit Tildonck, Catharina Van der Schrieck hoorde van de onderneming en het werd haar toegestaan in te treden.

Met drieën kon er nu gestart worden. In 1818, op Sinksendag, werd besloten onderwijs aan te bieden voor de meisjes van de parochie.

Op 25 december ontvingen de zusters een kloosterkleed om hen te onderscheiden van de burgers. Zij waren nu Postulanten. Pastoor Lambertz gaf hen de gebeden voor kloosterlingen en koos de Heilige Ursula tot patrones. Hij noemde de groep “De Vereniging Der Dochters van de Heilige Ursula”. Zo werd er aangesloten bij de eeuwenoude onderwijstraditie van de Ursulinen. In 1821 betrokken de zusters een nieuwe woning en openden naast de scholen met het geld van een weldoener uit Leuven, een pensionaat.

Koning Willem 1 van Holland, politiek verbonden met België en protestant, was de katholieken ongunstig gezind. De bouwwerken werden stilgelegd, en de zusters werden naar huis gestuurd. Na 8 maanden kwam er een brief van de Gouverneur: de school mocht weer open onder voorwaarde dat drie van de onderwijzeressen te brussel een onderwijsacte zouden halen. Ze lukten met glans. Zo had deze plagerij in 1827 tot resultaat dat het huis en de school tot grotere ontwikkeling kwam.

In 1831 verkoos pastoor Lambertz voor zijn stichting de Constituties van Bordeaux, volgens de Regel van de Heilige Angela Merici van Brescia. Aartsbisschop, Monseigneur Stercks, bezorgde de kerkelijke goedkeuring. De eerste officiële inkleding kon nu plaatsvinden. In 1831 12 maart, de Eerste Zondag van de Vasten, ontvingen 18 zusters het nieuwe kleed, ontleend aan de vroegere Ursulinen. Tildonck was gesticht en geroepen om het moederhuis te worden. Enkele dagen later op 3 mei gingen reeds 3 zusters naar Hoogstraten, geboortestad van de pastoor-stichter, om er een ander huis te beginnen.

Overlijden van de stichter, pastoor Johannes Lambertz van Thildonck 3 mei 1869
Bij zijn dood waren er reeds 40 kloosters en 900 religieuzen. Het voorbeeld van deze heilige priester blijft een stralende getuigenis van godsvertrouwen en moed. Wij Ursulinen, door hem gesticht, blijven hem dankbaar en stellen onze werken onder zijn bescherming.

Terug - Verder


Naar boven
- Startpagina - Bedankt